Werkloos: weerloos, waardeloos? Het verhaal achter de verhalen

Journaliste Joyce de Badts blikt terug op de reeks portretten van werklozen die ze maakte voor DeWereldMorgen.be: “Bij alle werkzoekenden waar ik mee sprak, kwamen die woorden telkens terug: zonder werk voel je je nutteloos.” “Ach ja, ze zullen zeker wel bestaan, die mensen die teren op een uitkering en geen aanstalten maken om werk te vinden. Ik ben ze de afgelopen week in elk geval niet tegengekomen. Werken, dat gaat over je waardevol voelen.”
Werkloos: weerloos, waardeloos? Het verhaal achter de verhalen

Het ontbrekende portret

Hier had het laatste portret uit de reeks ‘Werkloos: weerloos, waardeloos?’ moeten staan. Ik kon alleen niet kiezen tussen de getuigenissen die ik nog had verzameld.

Ik zou het verhaal van Jan Mertens kunnen vertellen, die op zijn 58ste op brugpensioen moest gaan. ‘Moest’ inderdaad, het was niet iets waar hij voor koos en ook niets waar hij op had gehoopt. Na twintig jaar bij een liftenbedrijf gewerkt te hebben, werd hij, de ancien die veel van de liftplannen van openbare gebouwen in Antwerpen ontworpen had, op straat gezet. Er kwamen herstructureringen en hij werd te duur geworden. “U mag op brugpensioen gaan”, kreeg hij te horen. Maar Jan zat in een scheiding, had vier kinderen waar hij alimentatie voor moest betalen, en had nog een zware hypotheek lopen. Dan wil je niet op brugpensioen. “Financieel kreeg ik het heel, heel moeilijk”, vertelde hij me. “Er zijn dagen geweest dat ik maar één keer per dag at.”

Ik zou ook het verhaal van Hannelore kunnen vertellen, een jonge vrouw van 24, die twee jaar geleden afgestudeerde als journaliste. Na eerst een half jaar vrijwillige stage en vervolgens gedurende twee jaar vallend van het ene dagcontract bij krant A naar dagcontract bij weekblad B, werkt ze in een restaurant. In het zwart inderdaad, zo gaat dat in de horeca. Hannelore is dan ook niet haar echte naam. “Je kunt mijn verhaal opschrijven”, vertelde ze me, “maar ik ken ontzettend veel leeftijdsgenoten met hetzelfde verhaal als dat van mij. Met duizenden zoeken we werk in de culturele sector, maar daar lijken enkel stageplaatsen of vrijwilligerswerk beschikbaar te zijn. Voor iedere echte vacature, staat er een heel leger sollicitanten klaar.”

Misschien had ik deze pagina toch maar aan Elise moeten wijden, die iedere week moet aanschuiven bij Moeders voor Moeders voor een voedselpakket. Elise, 33 jaar, die zeven jaar als verpleegster heeft gewerkt, werd na haar werk in het ziekenhuis toegetakeld door haar man: fysiek en psychisch. Vier kinderen heeft ze, de jongste heeft een ziekte waarvan niemand weet wat het is. Ze is weggegaan bij haar man, maar werken gaat voorlopig niet: de zorg voor haar kinderen is niet te verenigen met een voltijdse job. Haar jongste moet iedere week wel een keer naar het ziekenhuis.

Reacties vol begrip en onbegrip

Op Facebook, waar de interviews met werklozen de afgelopen dagen aangekondigd werden, regende het reacties. Veel mensen reageerden met medeleven: meestal omdat zij zich herkenden in de situatie.

“Je bent niet alleen”, stond er vaak te lezen. Er waren echter ook enkele minder solidaire reacties, van mensen die weinig begrip kunnen opbrengen voor de situatie van Muamar, van Lennerd, Annelies of Johan.

Ze hadden pasklare antwoorden klaar voor hen: “begin toch als zelfstandige”, “waarom ga je niet aan de slag als ambtenaar”, of ze hadden nog heel wat minder vriendelijke commentaar die ik liever niet herhaal. Het waren die onbegripvolle reacties waar ik maar aan bleef denken.

En als vanzelf dacht ik ook aan Rik Daems, die enkele weken geleden voorstelde om langdurig werklozen verplicht gemeenschapswerk te laten doen. Want ja, dat zou die werklozen wel eventjes wat realiteitszin bijbrengen. Zo zouden ze weer in een werkritme raken en op die manier miraculeus ook weer aan een echte baan.

Misschien is het onder invloed van deze lezersreacties en dat idee van Daems dat ik mezelf betrapte op iets akeligs: ik begon een balans op te maken van welk verhaal ‘het ergst’ is. Welk verhaal zou het meest begrip opbrengen bij de lezers, vroeg ik me af.

Welk verhaal is het meest schrijnende? Dat van de bruggepensioneerde Jan? Daarvan gaan de lezers misschien zeggen dat hij niet moet klagen, hij krijgt toch een loon en kan lekker thuis zitten, nietwaar? Of dat van de jonge Hannelore? Maar dan komen er vast reacties dat zij toch best onder haar diploma zou kunnen werken. “Je hebt de verkeerde studie gekozen”, krijgt ze zelf ook regelmatig te horen. En: “Als je echt wilt werken, vind je wel werk.” Maar is het haar schuld dat ze goed is in iets waar op dit moment weinig werkgelegenheid is? En moet ze haar dromen dan maar weggooien? En wat zouden de mensen zeggen van Elise, ik durf er niet over na te denken.

Nutteloos of waardevol

Toen dacht ik aan de woorden van Jan, de lifttechnicus: “Ik voelde mij thuis in de liftensector. Liften maken en repareren, dat is een avontuur: het is mechanica en elektronica tegelijk. Ik vind dat boeiend. Als je goed bent in je werk en je doet het graag, dan wil je niet vroegtijdig stoppen. Maar ik moest. Toen ik daarna bij andere sollicitaties telkens te horen kreeg dat ik te oud was, dan doet dat zeer. Dan voel je je nutteloos.”

Of Hannelore: “Als mensen mij vragen wat ik doe, geef ik een heel vaag antwoord. Zeggen dat ik geen werk heb, vind ik zo vernederend. Het lijkt of ik niet echt mee tel.”

Bij alle werkzoekenden waar ik mee sprak, kwamen die woorden telkens terug: zonder werk voel je je nutteloos. Ach ja, ze zullen zeker wel bestaan, die mensen die teren op een uitkering, en geen aanstalten maken om werk te vinden.

Ik ben ze de afgelopen week in elk geval niet tegengekomen. Werken gaat over meer dan overleven, dat gaat ook over een plaats in de maatschappij vinden: een maatschappij waarin je thuishoort. Werken, dat gaat over je waardevol voelen.

De zes portretten van werklozen kan je hier lezen.

 

Geef een reactie

Post Navigation